Eemszijlen

Bij Delfzijl ontmoeten zoet en zout water elkaar. Het water uit de provincies Groningen en Drenthe stroomt bij het oude stadscentrum in zee. Of daarvoor een betere plek te vinden is, wordt nu onderzocht in het project Eemszijlen.

Doel van het project Eemszijlen

Dit project werkt eerdere ideeën uit het Programma Marconi uit, maar kijkt ook voorbij de Pier van Oterdum verder langs de kust. 

Het uitgangspunt is dat alle veranderingen elkaar moeten versterken. Samen moeten ze goed zijn voor de waddennatuur en de bescherming tegen de zee. Ze moeten recreatie en leefbaarheid stimuleren, het binnendringen van zout water stoppen en helpen tegen bodemdaling. Ook moet het project ervoor zorgen dat er voldoende zoet water beschikbaar blijft voor de landbouw. 

Zoet en zout bij Delfzijl

Tussen het stadscentrum van Delfzijl en het industriegebied zitten 4 openingen in de dijk. Hierdoor stroomt zoet water naar de Waddenzee. Dat is het water uit het Oude Eemskanaal, het Damsterdiep en het Afwateringskanaal van Duurswold. Het water uit het Oude Eemskanaal stroomt bij eb vrij naar buiten. Grote pompen doen dat voor het Damsterdiep en het Afwateringskanaal. En dan is er nog de grote zeesluis in het Eemskanaal. 

In dit gebied spelen verschillende problemen. Het zoete water veroorzaakt veel slib in het Zeehavenkanaal. Daar hebben de zeeschepen last van. De recreatievaart zou het liefst via het Oude Eemskanaal naar de haven van Delfzijl varen. Nu moet dat samen met de beroepsvaart via de zeesluis. Sommige soorten vis moeten tussen zoet en zout water kunnen trekken om zich voort te planten of op te groeien. Denk bijvoorbeeld aan de paling, fint en beekprik. De dijken, sluizen en gemalen die we hebben gebouwd maken dat onmogelijk. 

Recreatie en natuur

Het project Eemszijlen onderzoekt of we het water uit het Eemskanaal en het Damsterdiep op een andere plek in zee kunnen laten stromen. Dat zou kunnen door het via het Oosterhornkanaal om te leiden tot net voorbij de Pier van Oterdum. Daar ligt het natuurgebied Groote Polder. Op die plek kan een nieuwe spui komen met een speciale doorgang voor vissen. 

Dit zijn de belangrijkste ideeën:

  • In de Groote Polder komt zeewater binnen en ontstaat brakke natuur. Hier leven de planten en dieren die je van nature ziet op de overgang van zoet naar zout.
  • Tussen het eind van het Oosterhornkanaal en de Groote Polder komt een nieuw stuk kanaal te liggen. Het wordt geschikt gemaakt voor vissen op doorreis. Vissen kunnen dan vanuit zee in het natuurgebied komen en, zoals de beekprik, verder zwemmen tot in Drenthe.  
  • De spui in het Oude Winschoterdiep wordt een schutsluis voor de recreatievaart. De recreatiehaven van Delfzijl is dan voor het watertoerisme beter bereikbaar.
  • Door het Oosterhornkanaal stroomt zoet water naar de nieuwe spui. Daardoor is er minder last van zout grondwater. 
  • Door de omleiding bezinkt in het Zeehavenkanaal minder slib.

Slib en klei

Slib bestaat uit zwevende modderdeeltjes die in rustig water naar de bodem zinken. In het water van de Eems-Dollard zit door de sterke stroming veel slib. Dat is slecht voor al het leven in zee. 

Waar slib kan bezinken, wordt de bodem hoger en het zeewater schoner. Ook op de nieuwe kwelder bij Delfzijl blijft na elke vloed een dun laagje achter. Uiteindelijk ontstaat zo een laagje klei en groeit de kwelder. 

Op verschillende plaatsen langs de kust van de Eems-Dollard wordt in polders zeewater binnengelaten. Met de klei die daar gevormd wordt, kun je op andere plaatsen de bodem ophogen of de dijken sterker maken.

Heb je vragen over Eemszijlen?